Stand van de zorgmarkten 2016

Doen wat werkt in de zorg

Tien jaar geleden veranderde in Nederland de organisatie van de zorg compleet: het zorgverzekeringsstelsel deed zijn intrede. Een zorgstelsel op basis van concurrentie tussen de zorgaanbieders en de inkopers van zorg: de zorgverzekeraars. Wat is in die afgelopen tien jaar in de zorg goed en minder goed gegaan? En voor welke uitdagingen staan we de komende jaren om de zorg in Nederland betaalbaar, toegankelijk en van goede kwaliteit te houden? Hoe kunnen we met elkaar doen wat wérkt in de zorg – voor patiënten, cliënten en verzekerden: nu, en in de toekomst?

Geef de burger het vertrouwen terug

https://www.youtube.com/watch?v=tC4RbA5LMMU

Marian Kaljouw, voorzitter van de Raad van Bestuur, sprak op het NZa-congres van oktober 2016 over de stand van zaken in de Nederlandse gezondheidszorg. Haar boodschap: geef het vertrouwen terug aan de burgers in Nederland.

De stand van de zorg

Welke doelen hadden we voor ogen in 2006?

Tussen 1990 en 2006 stegen de kosten van de zorg, vanaf 2001 zeer snel. Ook was onduidelijk waar dat geld aan werd uitgegeven. De verschillen tussen rijk en arm waren bovendien groot en er waren tot het jaar 2000 lange wachtlijsten. Vanaf dat jaar werden die wachtlijsten versneld weggewerkt, waardoor de kosten van de zorg schrikbarend snel omhoog gingen.

Het antwoord op die situatie was het huidige zorgverzekeringsstelsel: een zorgstelsel op basis van concurrentie tussen aanbieders en tussen inkopers van zorg. De regie van de zorg verschoof van een centrale overheid, die bijvoorbeeld bepaalde waar een ziekenhuis gebouwd mocht worden, naar decentrale zorgverzekeraars die voor hun eigen verzekerden zorg inkopen en daarover onderhandelen met zorgaanbieders.

De voordelen van dit zorgverzekeringsstelsel

Het doel was om het zorggeld slimmer te besteden. Beter dan een centrale overheid zouden zorgverzekeraars per regio op maat zorg in kunnen kopen.
Als zorgaanbieders concurreren bij de zorginkoop door zorgverzekeraars, zullen zij beter hun best doen om goede zorg te verlenen. De verschillen tussen rijk en arm worden kleiner, omdat iedereen dezelfde aanspraak heeft op zorg uit het basispakket. Of je nu rijk of arm bent, ziek of gezond.
Alle verzekerden krijgen bovendien meer keuze: bijvoorbeeld voor wat zij aanvullend aan het basispakket willen verzekeren, en welke polis zij afsluiten bij welke zorgverzekeraar. Zo kunnen de verzekerden kiezen welke zorgpolis het beste past bij hun wensen en behoeften. Als een zorgverzekeraar niet zijn best doet om goede en betaalbare zorg in te kopen, dan kunnen verzekerden overstappen naar een andere zorgverzekeraar.

Veranderingen doorvoeren gaat langzaam en kost veel tijd en geld

De veranderingen die we in 2006 voor ogen hadden, zijn in stappen ingevoerd. In 2012 en 2015 zijn de grootste veranderingen pas helemaal doorgevoerd. Omdat niet alles tegelijkertijd kan. Maar ook: de zorg is complex. Er zijn veel behandelingen, beroepsgroepen en brancheverenigingen – ieder met hun eigen manier van zorg bieden en registreren, met hun eigen professionele cultuur, belangen en waarden. De gereguleerde concurrentie komt sinds 2015 pas op stoom, nu de zorgverzekeraars steeds meer zelf verantwoordelijk zijn voor de zorginkoop en de meeste overgangsregelingen voor zorgaanbieders zijn afgelopen. Deze overgangsregelingen zijn terecht in het leven geroepen. Je wilt niet dat er gaten vallen in de behandelingen van patiënten of dat er ineens te weinig ambulances rijden. Maar die overgangsregelingen maken veranderingen wel ingewikkelder: zorgaanbieders moeten dubbele administraties bijhouden en werken met verschillende sets van regels. Dat is kostbaar, ingewikkeld en tijdrovend: de administratieve lastendruk stijgt daardoor in eerste instantie.

De stappen voor het invoeren van dit zorgverzekeringsstelsel zijn nu pas – tien jaar later – bijna allemaal gezet:

stappen voor het invoeren van dit zorgverzekeringsstelsel

2005: Invoering zorgproducten in ziekenhuizen, ruim 30.000 dbc’s
2006: Wetswijziging: invoering zorgverzekeringsstelsel
2006: Start onderhandelingen over prijzen ziekenhuiszorg (B-segment)
2009: Start onderhandelingen over vrije prijzen eerstelijnszorg (fysiotherapie)
2012: Vereenvoudiging dbc-systematiek naar 4.400 dbc’s
2014: Einde overgangsregeling ziekenhuizen
2015: Integrale bekostiging ziekenhuizen
2015: Zorgverzekeraars dragen volledig risico voor de zorginkoop
2015: Einde overgangsregeling ggz
2018: Einde overgangsregeling vastgoed (kapitaallasten)

Het zorgverzekeringsstelsel is stap voor stap ingevoerd sinds 2005-2006. In 2015 is het grootste deel van de veranderingen volledig doorgevoerd. De laatste stap volgt in 2018.

De maatschappelijke ontwikkelingen stonden in het afgelopen decennium niet stil. Daarom zijn er nieuwe grote wijzigingen ingevoerd in de zorg, zoals de hervorming van de langdurige zorg en wijzigingen in de structuur van de geestelijke gezondheidszorg.

Hoe staat de zorg ervoor in 2016?

De zorg in Nederland blijft relatief duur. We geven in 2016 naar verwachting zo’n 64 miljard euro uit aan de langdurige zorg (Wlz) en de Zorgverzekeringswet (Zvw). Voor 2017 is dit geraamd op 66,5 miljard euro (bron: begroting VWS 2017). Samen met de sociale zekerheid vormt de zorg de grootste kostenpost in de collectieve uitgaven.

Het aandeel van de zorgkosten in het bruto binnenlands product is de laatste twee jaar stabiel, maar over de langere termijn bezien blijft dit aandeel stijgen.

grafiek - aandeel van de zorgkosten in het bruto binnenlands product

We geven in Nederland veel uit aan gezondheidszorg, maar krijgen daar wel veel voor terug. Wereldwijd is er grote belangstelling voor de manier waarop we hier de zorg georganiseerd hebben. Waarom? Omdat de zorg hier van goede kwaliteit is en de wachtlijsten relatief kort zijn.
Bovendien is de solidariteit van ons huidige zorgstelsel erg hoog, vergeleken met andere landen.
Iedereen boven de achttien betaalt mee aan de zorg en iedereen kiest een polis voor hetzelfde zorgpakket uit de basisverzekering. Ongeveer de helft van de bijdragen is inkomensafhankelijk: mensen die weinig inkomen hebben, krijgen een compensatie voor die premie (de zorgtoeslag). Lees meer over de solidariteit van onze gezondheidszorg in dit overzicht.
Of je nu ziek of gezond, rijk of arm bent, iedereen heeft dezelfde toegang tot de polissen voor de basisverzekering: zorgverzekeraars hebben een acceptatieplicht en mogen geen verschillende premies vragen voor dezelfde polis. Recent onderzoek naar de risicosolidariteit wees uit dat zorgverzekeraars zich houden aan deze acceptatieplicht en geen verzekerden selecteren op risico’s. Om te zorgen dat verzekerden die gezond zijn ook (veel) willen blijven betalen voor mensen die ziek zijn, is er daarnaast sprake van eigen betalingen, zoals het eigen risico of de eigen bijdrage bij bepaalde zorg.

Zijn de doelen behaald in de zorg die de regering voor ogen had in 2006?

Die doelen zijn deels behaald. Er zijn nog steeds mensen die langer dan de norm moeten wachten voor bepaalde behandelingen in de geestelijke gezondheidszorg en ziekenhuizen. Al zijn die wachttijden wel beduidend korter dan vóór 2006.

De collectieve uitgaven aan de zorg groeien nog ieder jaar, maar sinds 2002 wel steeds minder hard: van 12,5% groei in het jaar 2000, tot 1,9% groei in 2014.

grafiek - collectieve uitgaven aan de zorg
Anno 2016 is er voor zorginkopers en patiënten nog te weinig informatie beschikbaar over de kwaliteit en de effectiviteit van de zorg. Wat is een goede behandeling? En waarom? Wat is het effect van een behandeling? Als dat niet bekend is, kunnen zorgverzekeraars ook niet bepalen welke zorgaanbieders goede kwaliteit leveren, en met welke zij liever geen contract afsluiten.

Iedereen moet verplicht een verzekering voor het basispakket aan zorg afsluiten. Maar er valt wat te kiezen. In 2016 zijn er 61 polissen voor de basisverzekering. Deze polissen zijn beschikbaar in verschillende verpakkingen. Dat maakt het lastiger voor verzekerden om te kiezen. Omdat er nog te weinig bekend is over de kwaliteit van de zorg, kiezen de meeste verzekerden hun zorgpolis vooral op basis van de prijs. Wel kijken steeds meer verzekerden met welke zorgaanbieders er een contract is. En maken zij gebruik van vergelijkingssites voor zorgpolissen. Zo’n 6 – 8% van de verzekerden stapt jaarlijks over naar een andere zorgverzekeraar.

Een belangrijke voorwaarde om de solidariteit groot te houden, is dat zorgverzekeraars voldoende compensatie krijgen voor verzekerden die veel zorg nodig hebben. Zodat het voor hen niet uitmaakt of zij bijvoorbeeld veel chronisch zieken of juist veel gezonde studenten aan zich binden. Deze zogenoemde ex ante risicoverevening moet continu aangepast worden, zodat zorgverzekeraars niet kunnen voorspellen welke verzekerden hen geld kosten of opleveren. Op dit moment werkt deze compensatie redelijk goed, maar niet perfect: er zijn hier steeds verbeteringen nodig.

Samengevat: de wachtlijsten voor de zorg zijn nu beduidend minder lang dan ten tijde van het ziekenfonds. Wel zijn er soms nog wachtlijsten voor specifieke behandelingen. Ook de toegang tot de zorg en tot de zorgpolissen is verbeterd. De solidariteit is toegenomen, omdat iedereen nu recht heeft op dezelfde behandelingen. De NZa houdt scherp in de gaten of zorgverzekeraars zich houden aan de acceptatieplicht. Tot nu toe is dat het geval. Bij aanvullende verzekeringen kunnen er wel acceptatievoorwaarden gelden, maar het aantal polissen waarbij dat het geval is, neemt af.
De keuzemogelijkheden zijn vergroot. Ook is het bewustzijn gegroeid dat zorg niet gratis is. Dit komt onder meer doordat burgers meer zorgkosten uit hun portemonnee betalen en niet meer alles via hun belastingen. Dat heeft zowel positieve als negatieve kanten, vandaar dat dit bij beide systemen een plus/min oplevert.

De informatie over de zorgkosten is toegenomen. Ook de informatie over de keuzes die er zijn, is ruimer beschikbaar dan voorheen. Voor sommige mensen is het grote aanbod aan informatie wellicht wat veel. Vandaar dat hier het Zorgverzekeringsstelsel ook een plus/min scoort. De informatie over de kwaliteit van behandelingen is nog onvoldoende: er is nog steeds bijna geen kwaliteitsinformatie beschikbaar. Dit is wel iets beter dan voor het jaar 2006: toen was er helemaal geen informatie.

Samengevat - zijn de doelen behaald in de zorg die de regering voor ogen had in 2006?

Lees meer

Dilemma’s in de zorg: niet zwart-wit, maar doen wat werkt

Over de gezondheidszorg in Nederland wordt veel discussie gevoerd. Terecht, want onze gezondheid is ons grootste goed en we betalen allemaal veel aan mee aan de zorg.
In de zorg zijn veel dilemma’s aan de orde waar de vraag: “Bent u voor of tegen?” niet helpt.
Bij deze dilemma’s is het innemen van een zwart-wit standpunt niet zinvol, maar is het juist nodig om met elkaar in gesprek te blijven over de vraag: wat helpt om de zorg beter te maken? Wat is bijvoorbeeld zinvolle informatie over de kwaliteit en de kosten van de zorg? En voor welke zorg moeten vaste regels en tarieven gelden en waar is dat niet nodig?

Carousel paginering:
    VorigeVolgende

    Dilemma 1

    Moet alle informatie over contracten in de zorg openbaar zijn?

    In het maatschappelijk en politieke debat klinkt de vraag om alle afgesproken prijzen in de zorg openbaar te maken. We moeten goed nadenken of dat de zorg voor patiënten en verzekerden beter maakt. De prijzen die zorgverzekeraars met zorgaanbieders afspreken, zijn onderdeel van een set aan afspraken in dat jaar. Bijvoorbeeld over welke zorg er wordt geleverd en hoeveel. De zorgverzekeraar kan bijvoorbeeld voorwaarden stellen in die contracten. Dat kan juist de zorg beter maken voor patiënten, omdat hierin ook afspraken over kwaliteit kunnen staan. Afgesproken prijslijsten per zorgaanbieder leveren voor de patiënt of verzekerde bovendien geen bruikbare informatie op. Omdat de prijzen niet onderling te vergelijken zijn en ook niet zoveel zeggen. Het zou hetzelfde zijn als er lijsten openbaar zijn van de budgetten voor onderwijs of politie per aanbieder, met het verschil dat daar geen eigen risico voor geldt.

    Dilemma 1

    Welke informatie willen patiënten?

    Patiënten willen weten wat ze zelf moeten betalen aan zorg. En welke kwaliteit de verschillende zorgaanbieders leveren. Hoeveel van het verplichte of vrijwillige eigen risico gaat op aan de behandeling? En als ik naar een zorgaanbieder ga waar geen contract mee is, hoe hoog zijn de kosten dan? Zijn er nog eigen bijdragen voor de zorg? Hoeveel? Welke extra kosten kan ik verwachten in een zorginstelling? En welke zorgaanbieders doen het beter dan andere?

    Informatie over de kwaliteit van zorg en over de eigen kosten was lange tijd onder de maat. Langzaam komt hier verandering in. Er is nu veel meer informatie over de kosten en behandelingen beschikbaar dan vóór 2006. We zien dat zorginstellingen in de langdurige zorg cliënten beter informeren over de bijkomende kosten. En dat zorgverzekeraars hun verzekerden steeds beter informeren als zij vragen naar de mogelijke eigen kosten bij zorgbehandelingen. Ook begeleiden de zorgkantoren mensen beter bij het zoeken naar een geschikte zorginstelling in de langdurige zorg. De verrekening van zorgkosten met het eigen risico is soms nog wel complex en moeilijk uit te leggen.

    Patiënten en cliënten worden steeds mondiger en willen zelf meebeslissen over hun behandeling. Op www.zorgkaartnederland.nl en www.kiesbeter.nl staan beoordelingen van patiënten over zorgaanbieders. Ook ziet de Patiëntenfederatie dat er stappen zijn gezet in ‘shared decision making’: patiënten krijgen betere informatie over de voor- en nadelen van behandelingen en kunnen meer zelf meebeslissen. De invoering van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen in de zorg (Wkkgz) in 2016 is een belangrijke stap: hierin staat omschreven wat goede zorg is en hoe mensen klachten over de zorg kunnen melden.

    Dilemma 1

    Geen informatie over kosten of kwaliteit?

    Als er geen informatie beschikbaar is over de kwaliteit en de kosten van behandelingen, valt er niets te kiezen.

    Als er geen informatie beschikbaar is over de kwaliteit van de zorg, kunnen patiënten of cliënten niet goed een keuze maken voor een zorgaanbieder. De huisarts of verwijzer kan dat dan overigens ook niet. En ook de zorginkoper heeft informatie over de kwaliteit van de zorg nodig, om te kiezen met welke zorgaanbieders er een contract wordt afgesloten of niet.

    Als er geen informatie beschikbaar is over de kosten en vergoedingen van de zorg, is het niet goed mogelijk om vooraf in te schatten hoeveel er van het eigen risico af zal gaan. In grote lijn natuurlijk wel: bij een ziekenhuisbehandeling zal het eigen risico meestal op gaan, en bij de huisarts gaat er niets van het eigen risico af. Maar juist voor kleinere ingrepen in het ziekenhuis of voor genees- en hulpmiddelen is het wel degelijk nodig om vooraf meer informatie te krijgen over de kosten.

    Carousel paginering:
      VorigeVolgende

      Dilemma 2

      Moeten overal vaste tarieven en regels voor gelden?

      Vaste tarieven en regels geven duidelijkheid aan zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Maar ze kunnen de zorg ook star en bureaucratisch maken: als iets niet kan binnen de bestaande regels en tarieven, wordt het lastig om de zorg te leveren. En bij vernieuwingen moet eerst iedereen het eens zijn over de veranderingen (en dus ook over het innovatieve idee van de ‘concullega-zorgaanbieder’).
      Dat vertraagt innovaties in de zorg. Werken met vaste tarieven beperkt bovendien de concurrentie tussen aanbieders: je beloont aanbieders die eigenlijk te duur zijn. Aanbieders die de zorg efficiënter leveren of een betere kwaliteit of service bieden, kun je met vaste tarieven niet belonen voor hun inspanningen.

      Dilemma 2

      Vrije tarieven

      Bij vaste tarieven en regels bepaalt de overheid (NZa) op basis van analyses welke zorgbehandelingen zorgaanbieders in rekening mogen brengen, en tegen welk (maximum)tarief. Bij vrije tarieven spreken zorgverzekeraars en zorgaanbieders samen een prijs af voor de behandeling.

      Knelpunten oplossen in de huidige regels
      De zorg wordt er beter van als we goed kijken waar afspraken op maat tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars of zorgkantoren nuttig en nodig zijn, en waar vaste tarieven en prijzen beter werken. Speelt er een ander probleem en is het vrijgeven van tarieven daar niet de oplossing voor? Dan moeten we dat probleem aanpakken en niet de regels wijzigen.

      Dilemma 2

      Moeten we dan alle tarieven in de zorg vrijgeven?

      Nee, dat is niet altijd een goed idee. Bijvoorbeeld als de zorgverzekeraars en zorgaanbieders niet of nauwelijks contractafspraken maken. Als het aantal behandelingen of patiënten beperkt is, kan er bij de contractonderhandelingen te weinig aandacht zijn voor specifieke afspraken. Ook als zorgverzekeraars te weinig onderhandelingsmacht hebben zijn vrije tarieven geen goed idee. Dan bestaat namelijk de kans dat zorgaanbieders de prijzen voor hun behandelingen laten stijgen zonder dat de kwaliteit van de zorg groeit.

      Voor sommige vormen van zorg werken vrije prijzen niet altijd goed. Zoals bij spoedeisende hulp of acute verloskunde. In dunbevolkte gebieden is bijvoorbeeld soms een vast budget nodig (een beschikbaarheidsbijdrage) om te garanderen dat ambulances binnen de afgesproken norm bij de patiënt kunnen zijn. Of denk aan de inzet van trauma- of ambulancehelikopters op de Waddeneilanden; daar werkt een vast budget voor de beschikbaarheid beter omdat deze zorg zeer kostbaar is. Afrekenen per rit is dan financieel te risicovol voor de zorgaanbieder en voor de zorgverzekeraars.

      Voorbeeld

      Voorbeeld 1: Innovatieve samenwerking tussen ggz en ROC in Friesland

      In Friesland willen een onderwijsinstelling, een ggz-aanbieder en een zorgverzekeraar samenwerken om jongeren met beginnende psychische problemen actief te begeleiden tijdens hun mbo-opleiding.
      Doel: deze adolescenten helpen bij het voltooien van hun opleiding, en voorkomen dat zij uiteindelijk veel zwaardere geestelijke gezondheidszorg nodig hebben. Deze vorm van preventieve zorg wordt in eerste instantie via een experiment geregeld, zodat de samenwerkingspartners vlot van start kunnen. Er hoeft dan niet eerst een procedure plaats te vinden om een tarief en een prestatie vast te laten stellen door de NZa, met instemming van andere organisaties. Als deze innovatieve zorgvorm goed werkt, dan kan dit alsnog op een structurele manier ingevoerd worden.

      Voorbeeld 2: Pak het probleem bij de wortel aan

      Bij een verkenning van de mogelijkheden om vrije prijzen in te voeren bij de orthoptie, podotherapie, huidtherapie en optometrie, bleek dat zorgaanbieders en patiënten niet zozeer last hebben van de regels of tarieven. Het probleem is daar dat de zorg betaald wordt uit verschillende potjes, die elk hun eigen financieringssysteem hebben en een eigen set aan regels. Voor zorgaanbieders is het dan moeilijker om samen te werken en een integraal zorgpakket aan te bieden. En voor patiënten is het daardoor onduidelijk wat ze zelf (bij) moeten betalen voor de zorg, waar ze naartoe moeten met hun vraag en hoe de zorg geregeld is. Hier is het dus vooral nodig om die schotten weg te halen, zodat de zorgprofessionals beter kunnen samenwerken, in het belang van de burger.

      Carousel paginering:
        VorigeVolgende

        Dilemma 3

        Zorginnovaties moeten altijd vergoed worden

        Innovatie is geen toverwoord en vormt niet de oplossing voor alle problemen in de zorg. Niet alle nieuwe medicijnen of nieuwe behandelmethoden zijn effectief of beter dan bestaande middelen of behandelingen. Voor nieuwe, dure geneesmiddelen (biologicals) is soms ook een goedkoper alternatief voorhanden met dezelfde werking (biosimilars). Als een nieuw medicijn of nieuwe behandelmethode eenmaal in Nederland verkrijgbaar is, is het erg moeilijk om dat weer terug te draaien. Alle innovaties zomaar vergoeden is daarom niet per se het beste voor de burger: de zorgpremie kan erdoor omhoog gaan en de zorg wordt er niet in alle gevallen beter van.

        Dilemma 3

        Zijn de nieuwe behandelmethoden of medicijnen effectief?

        Bij iedere zorginnovatie zullen de professionals samen met Zorginstituut Nederland moeten nagaan of de nieuwe behandelmethoden of medicijnen effectief zijn, en voor welke patiënten. De NZa stimuleert dit door bij bepaalde nieuwe zorgvormen de voorwaarde te stellen dat er richtlijnen komen voor toepassing van de behandeling bij omschreven diagnoses. Zorginnovatie kun je in dit licht ook breder bekijken: je kunt ook de zorg beter of slimmer organiseren, waardoor de kwaliteit hetzelfde blijft of zelfs stijgt, en de kosten dalen.

        Dilemma 3

        Goedkoper = beter?

        De laatste jaren was er veel aandacht voor het beperken van de zorgkosten. Dat was ook nodig, want de kosten liepen snel op. Maar goedkoper is niet in alle gevallen beter. We zullen moeten blijven kijken welke innovaties de zorg beter en slimmer maken. Wel met voortdurend een oog op de zorgkosten, want we willen de zorg ook in de toekomst beschikbaar houden voor iedereen die daar recht op heeft. Nu het zorgverzekeringsstelsel helemaal ingevoerd is, is het zaak om niet alleen naar de kosten te kijken, maar ook te zorgen dat we de kwaliteit van onze zorg hoog kunnen houden.

        Voorbeeld

        Voorbeeld: Kwaliteitsstandaard voor protonentherapie

        In 2015 is in Nederland gestart met de bouw van een aantal centra voor protonentherapie. Voorheen moesten patiënten hiervoor naar Duitsland. Dit waren er zo’n veertig per jaar. De bouw van deze centra is duur, maar de beroepsgroepen gaven aan dat zij mogelijkheden zagen om deze therapie ook toe te passen bij andere groepen patiënten. De NZa stelde in de regels voor deze zorg dat er dan wel eerst een kwaliteitsstandaard vastgesteld moet worden. Zodat de professionals weten voor welke patiënten deze protonentherapie bewezen effectief is als behandeling. Pas als die kwaliteitsstandaard er is, kunnen de zorgaanbieders deze zorg in rekening brengen.

        Carousel paginering:
          VorigeVolgende

          Dilemma 4

          Zorgaanbieders die verkeerd declareren moeten altijd een boete krijgen

          Nee. Een boete is niet altijd het beste middel om fouten te voorkomen in de zorg. Waarom niet? Een boetetraject duurt lang en het is vooral belangrijk om eerst goed te kijken wat de oorzaak is van het verkeerd declareren. Onwetendheid? Slordigheid? Zijn de regels wel duidelijk? Is er sprake van opzet of niet? Is er verkeerd gedeclareerd om er zelf beter van te worden of is de administratie nog niet op orde? Als er sprake is van opzettelijke fouten met zorggeld om er zelf financieel beter van te worden, dan kan de NZa hard optreden en zal zij dat ook doen. Inderdaad door bijvoorbeeld een boete op te leggen, of een last onder dwangsom. Soms is ook strafrechtelijke vervolging nodig: de NZa werkt in haar toezicht dan ook nauw samen met het Openbaar Ministerie en de andere toezichthouders (bijvoorbeeld de Inspectie SZW en de Inspectie voor de Gezondheidszorg).

          Dilemma 4

          Toezicht op maat in de zorg

          De NZa streeft ernaar dat zoveel mogelijk zorgaanbieders en zorgverzekeraars de wetten en regels als vanzelfsprekend naleven. Oftewel: we proberen fouten en fraude in de zorg tot een minimum te beperken. Daarbij gaan we grondig te werk. Eerst verkennen we mogelijke problemen op basis van meldingen die we krijgen en risico’s die we signaleren. Hoe ernstig zijn de problemen? Welke oorzaken liggen eraan ten grondslag? Welke doelgroepen zijn erbij betrokken? Op basis van deze probleemanalyse stellen we een overzicht op van allerlei uiteenlopende acties en maatregelen om het probleem zo efficiënt en effectief mogelijk op te lossen.

          De acties en maatregelen lopen uiteen van het verzorgen van presentaties en het publiceren van factsheets, tot gesprekken voeren met bestuurders en corrigerend optreden waar nodig. Van het organiseren van themabijeenkomsten en het geven van tips om de regels beter na te leven, tot het opleggen van juridische verplichtingen, bijvoorbeeld in de vorm van een zogenoemde aanwijzing. Welke instrumenten we kiezen, hangt af van het doel dat we willen bereiken. Het gaat om toezicht op maat. En daarvoor gaan we graag de dialoog en samenwerking aan met zorgaanbieders, zorgverzekeraars en burgers.

          Dilemma 4

          Het is onmogelijk om correct te declareren: de regels zijn te ingewikkeld

          Nee, het is wel degelijk mogelijk om de zorg correct in rekening te brengen. Het klopt dat de invoering van een nieuw stelsel veel veranderingen met zich mee heeft gebracht. Het kost dan ook tijd om de administraties van zorgaanbieders daarop aan te laten sluiten. En de zorg is complex, dit betekent dat het belangrijk is om de zorg goed te registreren en te administreren. Dat kost tijd en aandacht, niet alleen van de professional, maar ook van het bestuur en van de interne toezichthouders. Investeren in een goede administratie en een goede interne controle loont.

          Voorbeeld

          Voorbeeld: ggz-aanbieders kennen de regels onvoldoende

          Recent liet de NZa onderzoek doen naar de bereidheid bij psychiaters en psychologen om zich aan de geldende declaratieregels te houden. Wat bleek? Een groot deel van hen kent de regels onvoldoende. Voor zorgaanbieders in de curatieve sector en de langdurige zorg organiseerde de NZa daarom het congres ‘van beleid naar praktijk’.
          Daarnaast dachten we samen met brancheorganisaties in de zorg na over andere manieren om declaratiefouten te helpen voorkomen. Eén van de acties die hieruit voortvloeiden, is het programmeren van controles in de software van zorgaanbieders. Hierdoor kunnen zij fouten voorkomen en de controles achteraf beperken. De NZa zoekt actief de samenwerking met zorgaanbieders, koepelorganisaties en zorgverzekeraars.

          Carousel paginering:
            VorigeVolgende

            Uitdagingen voor de zorg in de komende jaren

            Als regelgever en toezichthouder in de zorg ziet de Nederlandse Zorgautoriteit enkele belangrijke uitdagingen de komende jaren. Voor zorgaanbieders, zorgverzekeraars, de wetgever en voor zichzelf als toezichthouder. Het doel? De zorg uit het basispakket ook in de toekomst betaalbaar en toegankelijk houden, voor iedereen die dat nodig heeft. Medewerkers van de NZa vertellen over concrete uitdagingen waar zij de komende tijd aan werken, in samenwerking met patiënten- en brancheorganisaties, de zorgverzekeraars en de zorgaanbieders.

            Tom Neven′Betere informatie over de zorgpolissen′
            https://www.youtube.com/watch?v=DigF9vybzew

            Burgers hebben recht op goede informatie over de zorgpolissen. Zodat zij weloverwogen kunnen bepalen welke zorgpolis het beste bij hen past. De NZa onderneemt acties tijdens de overstapperiode, zodat verzekerden goede informatie krijgen over de polissen. Zo onderzoeken we de informatie van zorgverzekeraars, en vragen om actie als mensen zich bij ons melden met vragen of klachten. Dit najaar beoordeelt de NZa of de websites van verzekeraars helder zijn en werken we samen met zorgverzekeraars om de verzekerden zo goed mogelijk te informeren.

            Hanneke Miedema′Aanpak van de wachttijden in de ggz′
            https://www.youtube.com/watch?v=dlO_QzdWQco

            Voor sommige behandelingen zijn de wachttijden bij bepaalde zorgaanbieders langer dan de norm toestaat. De NZa spreekt zorgaanbieders, zorgverzekeraars en zorgkantoren hierop aan. In 2016 controleerde de NZa actief of zorgaanbieders duidelijk vermelden op hun website hoe lang de wachttijden zijn.

            Martijn van Eckeveld′Verbeteringen in de bekostiging van ggz-behandelingen′
            https://www.youtube.com/watch?v=qADwsSPYgTQ

            De NZa werkt samen met zorgaanbieders, zorgverzekeraars en vertegenwoordigers van patiënten aan een nieuw bekostigingsmodel voor de geestelijke gezondheidszorg. Het doel is om niet de diagnose, maar de behoefte aan zorg als uitgangspunt te nemen bij de bekostiging van de behandelingen.

            Ilse Pastoors′Wijkverpleging: zorgvraag van patiënt centraal stellen in bekostiging′
            https://www.youtube.com/watch?v=EZfdhBYbeHs

            Samen met brancheorganisaties, beroepsorganisaties en patiëntenorganisaties werkt de NZa aan een nieuwe manier waarop de wijkverpleging de zorg kan registreren en in rekening kan brengen. De zorgvraag van de patiënt komt in de nieuwe productstructuur meer centraal te staan.

            Vincent Pelgröm′Integraal tarief voor geboortezorg′
            https://www.youtube.com/watch?v=2XRmW2u1hN0

            De NZa is voorstander van een zorgvuldige invoering van een integraal tarief voor geboortezorg. Dit kan een middel zijn om verloskundigen en gynaecologen beter te laten samenwerken. Vanaf 2017 kunnen zorgverzekeraars en zorgaanbieders al een integraal tarief afspreken voor geboortezorg bij een samenwerkingsverband van zorgaanbieders. Dat is geen verplichting, maar een extra mogelijkheid naast de bestaande bekostiging. Voordat we dit structureel invoeren, onderzoeken we de effecten ervan.

            Martijn Peeters′Toezicht op de zorgplicht van zorgverzekeraars′
            https://www.youtube.com/watch?v=Txb5Wi4AWmg

            Iedereen heeft recht op betaalbare zorg, binnen een redelijke tijd en binnen een redelijke afstand. Verzekeraars moeten hiervoor zorgen. Als je ziek bent, met een psycholoog wilt praten of zorg in een verpleeghuis nodig hebt, moet je kunnen rekenen op kwalitatief goede en betaalbare zorg. Zorgverzekeraars hebben een zorgplicht en moeten regelen dat hun verzekerden op tijd de benodigde zorg krijgen. De NZa houdt zorgverzekeraars aan hun zorgplicht.

            Anne-Wietske Enequist′Toezicht op informatie door zorgaanbieders en zorgverzekeraars′
            https://vimeo.com/131231605

            Zoekt u een zorgaanbieder? Het zorgkantoor (in de langdurige zorg) of uw zorgverzekeraar kan u daarbij helpen. Door informatie te geven over de wachttijden, door u te ondersteunen bij het kiezen van de juiste zorg of zorgaanbieder, en door u te vertellen wat de zorg u ongeveer zal gaan kosten.

             

            Nienke de Munck′Kijken naar concrete resultaten in de langdurige zorg′
            https://www.youtube.com/watch?v=C3xCvsArJU4

            De zorgkantoren (Wlz-uitvoerders) lieten de afgelopen jaren zien dat zij hun processen steeds beter op orde hebben – dat vinden we positief. Vanaf 2016 zal de NZa dan ook niet meer al die processen afvinken, maar zullen we toetsen of de zorgkantoren de doelen vanuit de Wet langdurige zorg behalen. Daarbij gaat de NZa meer uit van de eigen verantwoordelijkheid van de zorgkantoren.

            Joost Warners′Informatiebeveiliging in de zorg′
            https://www.youtube.com/watch?v=PYRrVNSo_GY

            Het beroepsgeheim van medici en de privacy van patiënten staan voorop in het werk van de NZa. Daarom zorgen we voor een optimale beveiliging en bescherming van de zorgdata die we gebruiken voor onze wettelijke taken. De NZa gebruikt data uit het informatiesysteem DIS om te sturen op het betaalbaar en toegankelijk houden van de zorg. Deze data worden ook gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek en voor het verbeteren van de bekostiging van ziekenhuiszorg en geestelijke gezondheidszorg.

            Desie Dircks′De burger centraal zetten in de zorg′
            https://www.youtube.com/watch?v=ZX_LlHADOX4

            Bij alles wat ze doet, stelt de NZa het belang van de burger centraal. Dit doen we door burgers te betrekken bij onze besluitvorming en door te luisteren naar hun wensen en behoeften. In 2016 starten we daarom met een panel.

            Martijn de Keizer′Zorgfraude effectief aanpakken′
            https://www.youtube.com/watch?v=f6ajkYdSeZs

            “Het Informatieknooppunt Zorgfraude helpt opsporingsdiensten en toezichthouders om fraude in de zorg effectiever aan te pakken”.

            In 2017 gaat het Informatieknooppunt Zorgfraude (IKZ) van start. Dit is een samenwerking van het Centrum Indicatiestelling Zorg, de Fiscale Inlichtingen en- en opsporingsdienst (FIOD), de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), de inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (iSZW), het Openbaar Ministerie, de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het ministerie van VWS, Zorgverzekeraars Nederland en de NZa.

            Samenwerking met andere toezichthouders

            De NZa werkt intensief samen met andere toezichthouders in de zorg.
            Met hen bespreken we de signalen en meldingen die we krijgen van mogelijke misstanden in de zorg. Ook werken we structureel samen bij bepaalde onderwerpen, zoals het toezicht op goed bestuur in de zorg samen met de Inspectie voor de gezondheidszorg:

            Samenwerking in Informatieknooppunt Zorgfraude

            In 2017 gaat het Informatieknooppunt Zorgfraude (IKZ) van start. Dit is een samenwerking van het Centrum Indicatiestelling Zorg, de Fiscale Inlichtingen en- en opsporingsdienst (FIOD), de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), de inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (iSZW), het Openbaar Ministerie, de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het ministerie van VWS, Zorgverzekeraars Nederland en de NZa. Zie de video.

            Meer informatie

            Waar vind ik cijfers over (trends in) de zorg?

            Algemene cijfers over de zorg: De Staat van Volksgezondheid en Zorg
            Cijfers en feiten uit de onderzoeken van de NZa: Monitors en marktscans
            Welke signalen kreeg de NZa in 2016? Uw melding ons toezicht

            Wat doet de NZa?

            https://vimeo.com/150882271

            Printversie Stand van de zorgmarkten 2016 (Nederlands)

            Printversie Stand van de zorgmarkten 2016 (Engels)